
Schrijfster: Stefanie van Wijk
Lars Henderiks pingpongt tussen twee creatieve liefdes: muziek en film. Hij is geluidsman, beeldmaker, videograaf en drummer. Ook werkt hij als vrijwilliger bij Kunstbende, waaraan hij meerdere keren meedeed.
“Thuis had ik een drumstel in de kelder. En een oude, dove buurvrouw”, lacht Lars. “Ik drumde ook in de schoolband. We hadden een CKV-leraar met heel veel passie voor muziek. Hij zorgde ervoor dat we op dinsdagavond na sluitingstijd in het muzieklokaal mochten repeteren. En hij kwam ook met het idee voor Kunstbende.” Met zijn schoolband speelde Lars alleen covers, maar in de categorie muziek mocht je alleen met eigen geschreven nummers meedoen. Daarom schreven ze zich in voor de alles-mag-categorie. “Die moet echt terugkomen”, zegt Lars lachend. “Daar kon alles. De leraar hielp ons met de inschrijving en uiteindelijk maakte ik zo mijn eerste meters op het podium, want met de schoolband traden we daarvoor nooit op.”
Voor de eerste auditieronde waren er flink wat zenuwen. Lars: “We kwamen aan op de regionale finale, liepen naar de kleedkamers om onze spullen neer te leggen en keken daarna naar de andere acts. We waren met z’n zessen of zevenen, allemaal hartstikke zenuwachtig. Je kan wel een goede schrijver zijn, maar als je nooit een boek uitbrengt**,** weet je nooit hoe het werkt. Zo voelde dit voor mij.”
De andere acts zorgden vooral voor spanning. “Is dit wel goed wat we doen?”, vroeg ik me af. Als je in het repetitiehok zit, heb je geen perspectief. Je maakt muziek met de mensen met wie je het altijd doet. En nu waren er ineens anderen die hele vette dingen deden. En natuurlijk ook mensen in het publiek met een mening. Je merkt wanneer ze enthousiast zijn en wanneer niet.”
Winnen deed de band van Lars niet, toch smaakte de eerste Kunstbende naar meer. Dat kwam vooral door het community-gevoel. “We werden steeds meer deel van de power crowd. We waren overal bij, gingen overal mee naartoe. Als er een voorronde was, dan waren wij erbij. Was er een cultuurdag waar iemand aan meedeed, dan gingen we daar naartoe. Oud-directeur Paul Moerel is ontiegelijk goed in communities bouwen. Die zorgde dat de auto weer vol kwam en dan gingen we op pad.”
Voor Lars was het de plek waar hij zijn ei kwijt kon. “Het voelde een beetje als een scoutingclubje”, zegt hij met een lach. “Je krijgt podiumervaring, maakt meters en tegelijk leerde je heel veel mensen kennen die hetzelfde leuk vonden als jij. Ineens zag ik meer mensen zoals ik, meer mensen die dit ook tof vinden.”
Die community was er niet alleen op en rondom het podium, maar ook daarbuiten. “Het was een hele veilige omgeving waarin niet werd geoordeeld. Er was ruimte voor ontdekking. Je wilt soms alles in één keer kunnen, in één keer goed doen. Maar je moet juist fouten maken om te ontdekken wat wel en niet werkt. Daarvoor is zo’n omgeving nodig.”
Zo herinnert hij zich de keer dat hij met campingtafeltje en al pannenkoeken ging bakken op het podium. “Paul Moerel vertrok en we wilden een ode aan hem geven. We kwamen met tafel en spullen het podium op, daar maakten we het beslag. Pan mee, biertje erbij. En toen weer het podium af”, lacht Lars. “Wij vonden het hilarisch, maar de jury kon het niet waarderen. Die voelde zich in het ootje genomen.”
“Dat waren van die fratsen waardoor je ook veel meer durfde te doen. Het was een speeltuin waar je mocht experimenteren en ontdekken waar je goed in bent”, zegt Lars. “Toen Paul de caravan had gekocht, gingen we die schilderen en daarmee op pad. Overal maakten we video’s die we online zetten. Er was zoveel enthousiasme om iets voor Kunstbende te doen. En Kunstbende gaf dat weer terug aan de jongeren. Het heeft me zoveel kansen gegeven en tegelijkertijd kon ik iets voor hen teruggeven, juist omdat ik die kansen kreeg.”
Door de ruimte die Lars kreeg, werd ook steeds duidelijker wat hij later wilde gaan doen. “Als kind liep ik al met fotocameraatjes rond. Ik wilde altijd dingen vastleggen; foto’s en video’s maken. Dat was mijn alles. Bij Kunstbende stond ik op het podium met muziek, maar achter de schermen maakte ik achtergrondvideo’s. Toen ik een studie moest kiezen, koos ik om verder te gaan met film. Muziek is van mij, het is echt een hobby. Daar wilde ik niet mijn vak van maken. Dat moest van mij blijven.”
Toch lopen dingen soms anders dan verwacht. “Madi Hermens won Kunstbende en kreeg Sander Ruijters als coach. Die wilde een band om haar heen bouwen en is bandleden gaan verzamelen. We schreven ons in voor bandwedstrijd Nu of Nooit van Stichting Popmuziek Limburg. En we wonnen. We mochten daardoor Pinkpop openen”, vertelt Lars. “Het was een geweldige tijd. Echt een uitlaatklep, want tegelijkertijd studeerde ik. En het leuke was dat oud-Kunstbendedirecteur Paul vlak voor we op het podium gingen langskwam in de coulissen. Even een knuffel, succes wensen.”
Nog steeds pingpongt Lars tussen muziek en film, zoals hij het zelf zegt. “Vanuit mijn fascinatie voor muziek en geluid kwam ik ook bij geluid in films terecht. Zo is alles in elkaar gegroeid”, vertelt hij.
“Op de kunstacademie ontdekte ik dat geluid in film echt een vak apart is en daar ben ik me steeds meer op gaan richten. Inmiddels werk ik als zzp’er in de sector. Zeker de helft van al mijn werk is nu geluidswerk; dan sta ik daar met de boompole, recorder en de hele shebang erbij. Bij Kunstbende heb ik de contacten gemaakt en de ruimte gekregen om dit soort dingen te onderzoeken.”
Daarin zit voor hem ook de kern van Kunstbende. Lars: “Ongeacht of je publiek hebt of niet, het is goed dat iedereen een uitlaatklep heeft. Dat kan kunst zijn, maar ook sport. Het belang van kunst is denk ik dat je inefficiënt kan zijn. Alles moet tegenwoordig een doel hebben, maar waarom? Maak gewoon iets, doe gewoon iets. Misschien is dat juist kunst. Iets doen waar je hart ligt en wat goed voelt. En dat kan alleen als je een veilige omgeving hebt, zoals bij Kunstbende.”



© Kunstbende Limburg